Vijf vragen die jullie hadden na de brand in de Hoge Venen

© Reuters / Yves Herman / Ontwerp: MO*

© Reuters / Yves Herman / Ontwerp: MO*
Margot Sciffer en Pieter-Jan Keleman
30 september 2026 • 10 min leestijd
De heetste zomer ooit, en een zomer vol natuurbranden was het. Ook de Hoge Venen bleven niet gespaard. Op 14 augustus brak daar de grootste natuurbrand uit die ons land sinds 1911 heeft gekend. Al meer dan 3000 hectare ging in vlammen op. Hoewel het vuur grotendeels onder controle is, zijn er ook vandaag nog heropflakkeringen.
Via onze sociale media vroegen we jullie, onze lezers en volgers, met welke vragen jullie achterbleven bij de brand in de Hoge Venen. Vijf daarvan legden we voor aan twee wetenschappers.
Kris Verheyen is bio-ingenieur, professor aan de Universiteit Gent, gespecialiseerd in bosecologie en -beheer en hoofd van het Labo Bos & Natuur. Willem-Jan Emsens is assistent-professor aan de Universiteit Antwerpen en onderzoeker bij het Antwerp Zoo Centre for Research and Conservation, met expertise in veengebieden.
Want niet elke natuurbrand is dezelfde. Een bosbrand woedt vooral in de vegetatie boven de grond. Bij een veenbrand kan het vuur zich ook ondergronds voortzetten in uitgedroogd veen. Dat onderscheid is belangrijk om te begrijpen wat er nu in de Hoge Venen gebeurt.
1. Zullen de Hoge Venen zich ooit herstellen?
Waar experts voor waarschuwden is ondertussen uitgekomen: de Hoge Venen branden nog altijd, maar dan ondergronds. De brandweer moest daarom opnieuw uitrukken om heropflakkeringen te bestrijden.
‘Als vuur tot diep onder de grond dringt, zoals in de Hoge Venen het geval is, kan herstel weleens heel lang duren’, zegt Willem-Jan Emsens. Veen bestaat uit plantenresten die zich gedurende lange tijd in een natte omgeving hebben opgehoopt. Zolang het veen nat blijft, brandt het moeilijk. Maar wanneer het uitdroogt, kan vuur zich ook ondergronds een weg banen. ‘Smeulende veenbranden’ worden die ondergrondse branden ook wel genoemd.
Of en hoe de Hoge Venen zich zullen herstellen is nog te vroeg om te zeggen, aldus Emsens. ‘In het beste geval zien we binnen tien jaar al herstel, in het slechtste geval nooit. Volledig herstel van een zwaar aangetast veen is nooit mogelijk op redelijke termijn.’
Aan de oppervlakte kan vegetatie terugkeren, maar veen dat ondergronds brandt is effectief verloren. Veen groeit erg traag, soms hooguit één millimeter per jaar. ‘Als er dan enkele tientallen centimeter veen afbranden, kun je binnen een mensenleven geen herstel verwachten.’
De aanwezigheid van het pijpenstrootje, een grassoort die kenmerkend is voor ontwaterd en gedegradeerd veen, toonde volgens Emsens bovendien ook aan dat de Hoge Venen al kwetsbaar waren voor de brand. Wanneer veen uitdroogt, krijgen grassen meer ruimte en wordt de bovenste bodemlaag brandbaarder.
De brand trof dus een gebied dat al langer met problemen kampte en is dus vooral een symptoom van een grotere onderliggende problematiek. De enige echte manier om dit soort veenbranden in de toekomst te voorkomen, zit in ecosysteemherstel door een structurele vernatting van onze ontwaterde venen.
2. Is er genoeg gedaan om de Hoge Venen te beschermen?
Dat de Hoge Venen kwetsbaar en brandgevoelig waren, wil niet zeggen dat er de afgelopen jaren niets aan werd gedaan, zegt Emsens.
Een parlementaire vraag in het Waalse parlement leert ons: ‘Sinds 1993 is er al sprake van herstel van het gedegradeerde hoogveen. In 2007 en 2014 werd dat nog eens opgeschaald. Tegen 2024 was 348 hectare veen aangepakt om er opnieuw de natte omstandigheden voor veenmossen te creëren en de vorming van nieuw veen op gang te brengen.’
Volgens Verheyen kan niet zomaar met de vinger gewezen worden naar het beleid, zeker niet in de Hoge Venen. ‘Het besef dat in het verleden verkeerd is omgesprongen met dat veen is er. De laatste decennia is er veel geïnvesteerd in het herstel ervan.’
Officiële cijfers van de Waalse overheid tonen aan dat de investeringen effect hebben. De Waalse overheid volgt het herstel op via 730 meetpunten. Volgens die monitoring bleven herstelde zones tijdens de droge zomers van 2019, 2020 en 2022 voldoende vochtig en waren ze veerkrachtiger dan niet-herstelde gebieden. De overheid benadrukt ook hoe traag dit gaat: ongeveer vijftien jaar is nodig voordat herstelde habitats richting het beoogde veentype evolueren. De relevante vraag is dus niet of herstel werkt, maar of het op voldoende schaal en snel genoeg gebeurt.
Dat de schaal en tempo veel hoger mogen zijn, zegt Emsens ook. ‘Er gaat te weinig geld naartoe in verhouding tot de historische drainage en druk van de klimaatverandering. Er is weinig budget voor natuurherstel in het algemeen, zeker ten aanzien van de algemene begroting.’
Door in te zetten op het herstel van ecosystemen bereiden we ons het beste voor op toekomstige droge zomers. Water is daarbij essentieel, zegt Emsens. ‘Ontwatering tegengaan is de nummer één oplossing, niet alleen in de Hoge Venen, maar in alle venen in België.’ Als waterstanden in een veen hoger staan, is het risico op brand veel kleiner.
Het veen dat er na de brand nog is, moet nu absoluut beschermd worden, zegt Emsens. De komende jaren zijn daarvoor cruciaal. ‘Dit is een wake-upcall, want de Hoge Venen zijn niet de enige venen in België. Ook een gebied als De Zegge, gelegen in de vallei van de Kleine Nete, is kwetsbaar en verdient bescherming.’
Bovendien, benadrukt Emsens, is dit niet alleen een kwestie van natuurbehoud, maar ook van volksgezondheid. Rook van veenbranden is erg toxisch en dus een extra reden om ervoor te zorgen dat veengebieden niet verder uitdrogen.
3. Krijgen we voortaan elk jaar zulke intense natuurbranden?
‘Dat is nu al de realiteit’, zegt Verheyen stellig. Onder meer Griekenland, Portugal, Rusland, Canada zien jaar na jaar grote bosbranden. ‘Door de klimaatverandering zal het misschien nog extremer en frequenter worden.’ Daarom, zegt hij, is het belangrijk dat de klimaatverandering hoog op de agenda blijft staan.
Ook het westen van de Verenigde Staten kende dit jaar een uitzonderlijk intens bosbrandseizoen, met onder meer de verwoestende Cottonwood Fire in Utah. Zulke branden in uitgestrekte bosgebieden kan je moeilijk vergelijken met een Belgische context, zegt Verheyen. Zeker in Vlaanderen zijn bossen sterk versnipperd, en liggen bos en bebouwing dicht bij elkaar. Dat maakt het risico op schade aan huizen en infrastructuur groter.
4. Wat zijn oplossingen op korte termijn voor bosbranden?
Op korte termijn ligt de oplossing voor bosbranden vooral in een betere organisatie, zegt Kris Verheyen. Bijvoorbeeld door brandgangen aan te leggen. ‘Daarnaast moet het gebied toegankelijk gemaakt worden voor brandweerwagens, zijn er duidelijkere plannen nodig en een beter zicht op waar er waterpunten zijn.’
Bij het opstellen van beheerplannen voor natuurgebieden speelden natuurbranden tot pakweg vijftien jaar geleden een beperkte rol, zegt Verheyen. Vandaag maakt brandpreventie steeds meer deel uit van de plannen, zeker in gebieden met een hoger risico, zoals de Kempen.
Ook zijn sensibiliseringscampagnes een deel van de oplossing. De meeste bosbranden in België worden veroorzaakt door mensen. Meer bewustwording en snelle meldingen zijn daarom cruciaal om te zorgen dat een kleine brand niet onbeheersbaar wordt. ‘Al zal de brand in de Hoge Venen dit al beter genesteld hebben in de geesten van mensen.’
5. Wat zijn oplossingen op langere termijn voor bosbranden?
Het belangrijkste zijn oplossingen op langere termijn. ‘Droogtes en hittegolven zoals afgelopen zomer zullen frequenter worden’, aldus Verheyen. Dat probleem kan België niet alleen oplossen, maar moet globaal worden aangepakt door het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Wat op lokaal niveau wel kan gebeuren, is dat we ecosystemen weerbaarder maken tegen brand. ‘Dat heeft onder meer te maken met de hoeveelheid brandbaar materiaal in een natuurgebied en de brandgevoeligheid ervan.’
Hoe doen we dat dan? Het type vegetatie, de dichtheid en de hoeveelheid dood hout in een natuurgebied spelen daarbij een bepalende rol, zegt Verheyen. Het naaldbos van Les Landes in Zuidwest-Frankrijk geeft hij als voorbeeld. ‘Zo’n gebied van één miljoen hectare droge naaldbos is heel erg brandbaar. Als dat eenmaal ontvlamt, kan het heel snel gaan.’
Toch is op grote schaal dood hout verwijderen zeker geen oplossing, zegt Verheyen. ‘Halen we dat integraal uit onze bossen, dan gaat de biodiversiteit er sterk achteruit.’ Ook het uitdunnen of kappen van delen van bossen is niet altijd en overal de oplossing. ‘Want daarmee verstoor je het beschermende microklimaat van dat bos.’
Kunnen kleine, gecontroleerde bosbranden dan een antwoord bieden, zoals de European Environment Agency stelt? ‘Ja, en dat gebeurt ook bij ons al in een aantal heidegebieden. Vegetatie wordt er oppervlakkig afgebrand als een beheermaatregel, maar dat heeft niet altijd te maken met brandgevaar alleen.’ Ook bepaalde soorten, zoals valkruid op het militair domein van Elsenborn, profiteren van zo’n brandbeheer.
Op nog langere termijn is de omvorming van naaldbossen tot loofbossen een oplossing. Verheyen noemt dit “het bos van de toekomst”. ‘Die naaldbomen werden in ons land in de 19de en 20ste eeuw op grote schaal aangeplant in heidegebieden, voor houtproductie. En vooral in Wallonië is die houtproductie nog steeds van groot belang.’
Maar de fijnsparbossen staan niet alleen onder druk door risico op brandgevaar, ook de droogte zelf maakt ze erg kwetsbaar. ‘Een kleine kever, de letterzetter, tast de bomen aan waardoor ze afsterven en er meer dood en brandbaar materiaal bij komt. Daarom moeten we de droogtetolerantie van boomsoorten meenemen en kijken waar het best loofbos komt in plaats van naaldbos. Het omvormen van de fijnsparbossen gebeurde al, en dat zal nu nog versneld worden.’
Wat Verheyen benadrukt, is dat het niet alleen een kwestie van bosbrandpreventie mag zijn, omdat bossen verschillende functies vervullen: van koolstofopslag, houtproductie, behoud van biodiversiteit tot recreatie. Die functies moeten worden afgewogen bij het opstellen van een beheerplan. ‘Welke functies zijn waar prioritair en welke functies kunnen elkaar versterken? Dat zijn keuzes waarbij de nieuwste wetenschappelijke inzichten moeten worden meegenomen.’
Dilara Karatas en Joumana Abou-Zeid droegen bij aan dit artikel.
Word proMO*
MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in