‘Een boer neemt de belangrijkste beslissingen over hoe ons landschap eruitziet’

Interview

Louis De Jaeger, bezieler van de docu "Eat More Trees"

‘Een boer neemt de belangrijkste beslissingen over hoe ons landschap eruitziet’

ruiters te paard begeleiden een kudde koeien over een landweg

Ruiters drijven een kudde koeien door een droog Spaans landschap in de documentaire Eat More Trees.

ruiters te paard begeleiden een kudde koeien over een landweg

Ruiters drijven een kudde koeien door een droog Spaans landschap in de documentaire Eat More Trees.

Pieter-Jan Keleman

11 oktober 2026 • 17 min leestijd

In de nieuwe documentaire Eat More Trees trekt landschapsontwerper en ondernemer Louis De Jaeger langs landbouwsystemen waarin bomen opnieuw een plaats krijgen tussen gewassen en vee. Dat geeft boeren, bedrijven en overheid de kans om de landbouw weerbaarder te maken tegen droogte en hitte én tegelijk de biodiversiteit te herstellen. Maar wie moet die omslag betalen en leiden, en wie draagt de risico’s?

Agroforestry of boslandbouw, zo heet het systeem dat bomen en struiken weer binnenbrengt in het boeren, naast vee en gewassen. Het kan voedsel, biodiversiteit én verkoeling opleveren, zodat onze landbouw weerbaarder wordt tegen droogte en hitte.

Voor Eat More Trees trokken Louis De Jaeger en regisseur Arne Focketyn langs landbouwsystemen in verschillende klimaatzones. Ze tonen een 12.000 jaar oud voedselbos in het Braziliaanse Amazoneregenwoud, bezoeken boerderijen met bomen in de VS en het VK, praten in New York met topchefs die werken met ingrediënten uit het bos en zoomen in op wat de watertekorten in Spanje betekenen voor de boeren daar.

De aanleiding voor hun documentaire is de toenemende druk van klimaatontwrichting op landbouw. Droogte, hitte en andere extremen maken voedselproductie kwetsbaarder. De film zoekt het antwoord dus in boslandbouw, een landbouwpraktijk die veel ouder is dan vandaag.

De persmap van de docu formuleert de ambitie duidelijk: ‘DE OPLOSSING: BOSLANDBOUW’. Bomen die voedsel produceren, moeten landbouwers helpen om een veerkrachtiger voedselsysteem uit te bouwen, terwijl ze tegelijk de natuur beschermen en de planeet helpen afkoelen. De Jaeger verbindt er een hele reeks mogelijke voordelen aan: een betere bodem, meer biodiversiteit, verkoeling, waterbeheer en bijkomende inkomsten voor landbouwers.

De titel, Eat More Trees, vat die gedachte samen in één zin: als we meer bomen willen planten, moeten we meer eten van bomen.

Maar tussen een boom planten en eten van een boom liggen heel wat beslissingen. Over welke boom waar kan groeien. Over wie vandaag investeert in iets dat misschien pas over tien jaar rendeert. En uiteindelijk ook over wie mee bepaalt hoe dat landschap eruitziet, ook in de toekomst.

Landbouw in drie dimensies

In een agrolandbouwsysteem staat een boom niet buiten de landbouw, hij maakt er deel van uit. In een weide kunnen bomen schaduw bieden aan vee en tegelijk fruit, noten, hout of veevoer produceren. Tussen akkergewassen kunnen ze een bijkomende productielaag vormen.

‘Boslandbouw gaat omhoog, in drie dimensies’, zegt De Jaeger. Waar een akker traditioneel vooral de (horizontale) oppervlakte benut, voegen bomen een extra productielaag in de hoogte toe. Zeker in Vlaanderen, waar landbouwgrond schaars is, ziet hij daar een voordeel in: ‘We kunnen niet meer horizontaal uitbreiden, wel nog in de hoogte.’

En als consumenten producten kopen die aan bomen groeien, ontstaat er voor landbouwers een markt om die bomen te telen. De boom is dan niet alleen een ecologisch element in het landschap, maar ook een landbouwgewas dat iets kan opbrengen.

Hoe die combinatie van bomen en landbouw eruitziet, verschilt van plek tot plek. Net daarom zocht De Jaeger voor de documentaire voorbeelden in uiteenlopende landen en klimaatzones. Met die internationale aanpak mikt de docu bewust op een publiek buiten België. In de Verenigde Staten wil De Jaeger een groot Amerikaans publiek bereiken; Spanje ziet hij als een toegang tot de veel grotere Spaanstalige wereld. Zijn ambitie is om ‘zoveel mogelijk mensen wereldwijd’ met boslandbouw in aanraking te brengen.

Daarbij heeft hij niet alleen een breed publiek voor ogen. ‘Kapitaalkrachtige mensen’ noemt De Jaeger expliciet als een van de doelgroepen van de film. Hij hoopt dat zij mee willen investeren in de omschakeling van landbouwbedrijven.

De Jaeger is sterk overtuigd van het potentieel. Hij noemt boslandbouw tijdens ons gesprek een ‘no-brainer’ en zelfs een ‘magische oplossing die superveel problemen oplost in één klik’. Zijn overtuiging, zo vertelt hij, is tijdens het maken van de documentaire alleen maar toegenomen.

Achter die eenvoudige boodschap gaat wel een praktijk schuil die sterk van plaats tot plaats verschilt. Welke soorten geschikt zijn, hangt onder meer af van bodem, klimaat, waterbeschikbaarheid en bedrijfsvoering. De toepassing op het terrein is maatwerk.

De Jaeger erkent die verscheidenheid: niet elk landbouwbedrijf heeft bomen nodig in zijn productiesysteem. ‘Je kan ook perfect een landbouwbedrijf hebben waarbij je dat niet doet.’ En: ‘We moeten ook niet dogmatisch zijn.’

Enkele hutten staan aan de oever van en rivier

Still uit de documentaire Eat More Trees.

Bomen die zweten

Een van de processen die De Jaeger tijdens het maken van Eat More Trees het meest is bijgebleven, heeft niet te maken met koolstof maar met water. ‘Een boom zweet, net als een mens.’ Hij doelt op het biologische proces van boomtranspiratie: bomen nemen water op via hun wortels en geven een deel daarvan via hun bladeren opnieuw af als waterdamp. Die verdamping kan, samen met de verdamping van bodem- en oppervlaktewater, de omgeving afkoelen.

‘Boeren hebben, en dat is eigenlijk een van de grootste problemen, heel weinig mentale ruimte.’

De documentaire trekt dat proces open naar hele landschappen. Vooral het Amazonewoud maakt indruk op De Jaeger. Hij vertelt over de ‘luchtrivieren’ in het woud: grote hoeveelheden vocht die vanuit vegetatie in de atmosfeer terechtkomen en door luchtstromen worden meegevoerd. Bomen ‘doen het letterlijk regenen’, formuleert hij het.

Vegetatie kan inderdaad bijdragen aan de hoeveelheid vocht in de atmosfeer, en daarmee, onder geschikte omstandigheden, aan wolkenvorming en neerslag. De precieze wisselwerking tussen vegetatie, luchtstromen, wolken en regen is complexer dan één boom die regen ‘maakt’.

Maar achter die beeldspraak zit een belangrijk punt van Eat More Trees: de waarde van een boom houdt niet op bij wat je ervan kan oogsten. Een landbouwer kan kastanjes of appels verkopen. Maar voor de bijdrage van dezelfde boom aan verkoeling, waterregulering en biodiversiteit bestaat geen marktprijs, of niet op dezelfde manier.

Boslandbouw is dus meer dan een technische landbouwkeuze. Het wordt ook een vraag over wie betaalt voor de maatschappelijke waarde die geproduceerd wordt op landbouwgrond.

Nevel hangt boven de boomtoppen van een oerwoud

Still uit de documentaire Eat More Trees.

Wachten op een boom

Een boom werkt op een andere tijdschaal dan veel andere landbouwgewassen. De Jaeger noemt eenjarige gewassen de ‘sprinters’ en bomen en andere, meerjarige gewassen de ‘marathonlopers’ van het voedselsysteem.

Om aan zo’n lange termijn te beginnen, moet er eerst ruimte zijn om die keuze te maken, legt de landschapsontwerper uit. En die ontbreekt soms. ‘Boeren hebben, en dat is eigenlijk een van de grootste problemen, heel weinig mentale ruimte.’ Veel landbouwers zitten volgens hem in een ‘overlevingsmodus’.

De Jeager vergelijkt de omschakeling naar boslandbouw met de installatie van een nieuwe keuken. ‘Ook als je weet dat de verbouwing een verbetering kan zijn, begin je er niet noodzakelijk aan wanneer er ondertussen ook andere problemen spelen.’ Er zijn ook middelen voor nodig. ‘Je moet natuurlijk een startkapitaal hebben.’

Daar komt de financiële tijdshorizon bovenop. ‘Als boer investeer je, maar de eerste vijf à tien jaar heb je nog niet echt grote opbrengsten.’ Voor een landbouwbedrijf is dat geen detail. Na een eenjarige teelt kan een boer het volgende seizoen opnieuw kiezen. Een boom legt een beslissing voor veel langere tijd vast. Wanneer een aanplant mislukt, kan een investering van jaren verloren gaan. ‘Dan moet je weer tien of vijftien jaar wachten.’

Ook onzekerheid over regelgeving speelt volgens De Jaeger mee bij de eventuele keuze voor boslandbouw. Wie vandaag een boom of haag plant, is niet zeker dat hij die later nog mag verwijderen. Net daarom vindt hij dat de landbouwer ruimte moet houden om zelf te beslissen, nu én later. ‘Een boer moet die vrijheid blijven hebben. Het is beter dat een boom er tien jaar staat dan dat hij er nooit heeft gestaan.’

Wie betaalt?

Het financiële vraagstuk wordt nog groter doordat niet alle baten van een boom bij de landbouwer terechtkomen. Fruit, noten en hout kunnen verkocht worden. Maar de biodiversiteit, verkoeling en het waterbeheer dat de bomen creëren, leveren ook waarde op voor anderen.

Zo krijgen landbouwers steeds meer maatschappelijke verantwoordelijkheden toegeschoven, leg ik De Jaeger voor. ‘Dat is een goeie observatie.’ Maar de redenering moet de andere kant op, vindt hij. Wanneer een landbouwer maatschappelijke waarde creëert, moet daar ook iets tegenover staan. ‘Daar moet je gewoon voor beloond worden.’ Hij gelooft ‘veel meer in belonen dan in straffen’.

De overheid krijgt in die redenering een belangrijke rol. Niet alleen door geld ter beschikking te stellen, maar ook door mee te bepalen welke landbouwpraktijken financieel aantrekkelijk worden.

De Jaeger wijst erop dat er vandaag al grote hoeveelheden publiek geld naar landbouw gaan. Bestaande steunmechanismen kunnen sterker richting boslandbouw gestuurd worden, suggereert hij. Daarnaast zouden boeren betaald kunnen worden voor diensten aan de samenleving, zoals koolstofopslag, waterbeheer of het verbeteren van de grondwaterkwaliteit.

De landschapsontwerper koppelt dat aan het idee van true pricing: het zichtbaar maken van de maatschappelijke en ecologische kosten die niet noodzakelijk in de marktprijs van een product zitten. De Jaeger noemt zulke kosten 'verborgen kosten'. Omdat landbouw niet alleen voedsel produceert, maar ook maatschappelijke kosten én baten.

Wanneer bijvoorbeeld vervuild water elders gezuiverd moet worden, draagt de samenleving een kost die niet noodzakelijk in de prijs van het landbouwproduct zit. Omgekeerd krijgt een landbouwer die zulke maatschappelijke kosten helpt voorkomen, daar niet vanzelf een vergoeding voor. Als die kosten en baten beter worden meegerekend, kan een ecologisch gunstigere landbouwpraktijk volgens De Jaeger ook financieel interessanter worden.

De overheid kan zo mee sleutelen aan de economische voorwaarden waarbinnen een boer zijn keuzes maakt.

fruitplukkers in een boomgaard

Boslandbouwers aan het werk in de documentaire Eat More Trees. Bomen kunnen schaduw bieden en tegelijk fruit, noten, hout of veevoer produceren

‘En-enverhaal’

Maar overheden kunnen de omslag niet alleen dragen. En: ‘Ik wacht niet graag op de overheid’, zegt De Jaeger. ‘Het moet een en-enverhaal zijn.’

Sommige landbouwers investeren ook zonder subsidie. De Jaeger verwijst naar boeren die hij in Spanje leerde kennen. Ze planten bomen omdat ze vrezen dat verdere degradatie hun grond op termijn minder waard maakt. Als de waarde van de grond stijgt, of wanneer op termijn minder irrigatie nodig is, maakt dat een landbouwsysteem met bomen economisch interessant.

Daarnaast ziet De Jaeger ook een rol voor bedrijven in de voedselketen. Als voorbeeld noemt hij het West-Vlaamse diepvriesgroentebedrijf Ardo, dat landbouwers die aan het bedrijf leveren helpt om boslandbouw te implementeren.

Er ontstaat zo een breder financieringsmodel. De boer kan zelf investeren. De overheid kan via regels, subsidies en vergoedingen bepaalde keuzes aantrekkelijker maken. Voedingsbedrijven kunnen investeren in de weerbaarheid van hun bevoorradingsketen.

De Jaeger wil daar nog een mogelijke bron van geld aan toevoegen: private investeerders. Ecologische waarde zou gemakkelijker kapitaal moeten kunnen aantrekken, vindt hij. Eat More Trees moet niet enkel meer draagvlak voor boslandbouw creëren, maar ook mensen met kapitaal bereiken die de omslag kunnen helpen financieren.

‘In plaats van dat je nu Apple-aandelen kan kopen via een app, kan je zeggen: ‘‘Ah ja, ik koop voor duizend euro aan biodiversiteit van die boer.’’’ Op grotere schaal zijn institutionele investeerders mogelijk, zoals pensioenfondsen. Biodiversiteit moet ‘investeerbaar’ worden, hoopt hij.

Het is een andere mogelijke oplossing voor hetzelfde financieringsprobleem. De landbouwer moet vandaag investeren in bomen waarvan de oogst misschien pas jaren later betekenisvol wordt, terwijl een deel van de baten bij de bredere samenleving terechtkomt. Extern kapitaal kan de financiële ruimte creëren om zo’n omschakeling toch te maken.

Maar zodra nieuwe financiers betrokken raken, komt ook een andere vraag in beeld: wat krijgen zij ervoor in ruil?

De Jaeger geeft een voorbeeld. Een landbouwbedrijf dat onvoldoende eigen middelen heeft om te veranderen, zou een externe investeerder kunnen aantrekken. ‘Zie je het zitten om twee miljoen euro te investeren? Je wordt voor de helft eigenaar van het bedrijf, en dan kunnen we hier al die bomen aan toevoegen. We maken het futureproof, en dan plukken jullie ook mee de vruchten van de winst.’

‘We hebben heel veel kapitaal nodig’, benadrukt De Jaeger.

In het voorbeeld dat hij geeft, wordt de financier ook mede-eigenaar. Eerder in het gesprek benadrukte hij dat ‘een boer vrijheid moet blijven hebben’. Zodra andere partijen mee investeren, wordt daarom ook de vraag relevant wat die vrijheid in de praktijk betekent. Wie kapitaal inbrengt, hoeft daarom niet automatisch de beslissingen te nemen. Maar wanneer een financier mede-eigenaar wordt, moeten er wel afspraken worden gemaakt over wie waarover beslist.

Daarmee verandert niet alleen wie de bomen betaalt, maar mogelijk ook wie mee over het landbouwbedrijf beslist.

Twee mannen praten met elkaar in de schaduw van enkele bomen

Still uit de documentaire Eat More Trees.

Wie bepaalt de richting?

Is de boer daadwerkelijk de grootste beslissingnemer van hoe ons landschap eruitziet? Een landbouwer neemt dagelijks beslissingen over zijn grond, maar die ontstaan niet in een vacuüm. De overheid kan via regels en financiële prikkels bepaalde praktijken aantrekkelijker maken. Voedingsbedrijven kunnen via hun aankoopbeleid en investeringen invloed uitoefenen op wat hun leveranciers produceren. Banken en investeerders bepalen mee welke bedrijven toegang krijgen tot kapitaal. Consumenten beïnvloeden via hun aankopen voor welke producten een markt bestaat.

Boslandbouw maakt die verwevenheid zichtbaar. Dezelfde bomen kunnen een landbouwer een oogst geven in de toekomst, kunnen de overheid helpen om biodiversiteits- of waterdoelstellingen te behalen, kunnen een voedingsbedrijf een weerbaardere bevoorradingsketen bezorgen en kunnen voor een investeerder een bestemming voor kapitaal vormen.

Die belangen kunnen samenvallen, maar de machtsvraag wordt vooral zichtbaar wanneer ze níét samenvallen. Wat als een ecologisch interessante keuze financieel minder oplevert? Wat als een landbouwer op een termijn van twintig jaar kijkt en een investeerder een andere tijdshorizon hanteert? Wat als de samenleving bepaalde ecosysteemdiensten van landbouwgrond verlangt, maar het individuele bedrijf de investering niet kan dragen?

De voorbeelden van De Jaeger maken alvast zichtbaar dat verschillende financieringsvormen niet noodzakelijk dezelfde verhouding tussen de betrokken partijen creëren. Een subsidie van de overheid is iets anders dan steun van een afnemer. Een vergoeding voor een ecosysteemdienst is iets anders dan een investering in ruil voor de helft van een landbouwbedrijf.

Al die mechanismen kunnen geld richting dezelfde ecologische omslag sturen. Maar ze verdelen kosten, risico, eigendom en zeggenschap telkens anders. Wie bezit de grond? Wie heeft toegang tot kapitaal? Wie bepaalt de voorwaarden? Wie draagt het risico? En wie kan het zich veroorloven om nee te zeggen?

Deel van het silhouet van een man die naar de einder kijkt

Still uit de documentaire Eat More Trees.

‘Wed niet op één paard’

In Eat More Trees trekken ruiters met een kudde koeien door een droog Spaans landschap. De veeboeren wilden het verplaatsen van de kudde opnieuw organiseren als een culturele, traditionele gebeurtenis, met de paarden en de buurt erbij. Zo wordt veedrijven er meer dan enkel een landbouwactiviteit.

‘We wilden eigenlijk teruggaan in de cultuur’, zegt De Jaeger. Een ervaring die voor hem ook over tijd gaat. ‘Hoeveel tijd heb je om gewoon een keer twee dagen niks te doen? Heel traag wandelen. Paardrijden. Koeien drijven.’

Een traagheid die je ook ziet in het verhaal over bomen, die een ander ritme hebben dan jaargewassen. De Jaeger vat de economische logica van die diversificatie zelf samen met een paardenmetafoor: ‘Wed niet op één paard en diversifieer.’

Dat principe zit op verschillende niveaus in het verhaal van boslandbouw. Een landbouwbedrijf kan verschillende gewassen, bomen en inkomstenbronnen combineren. Een boom kan voedsel produceren en tegelijk andere ecologische functies vervullen. En ook voor de financiering van de omslag kijkt De Jaeger niet naar één partij: overheid, landbouwers, voedingsbedrijven en private investeerders kunnen volgens hem allemaal een rol spelen.

De verschillende partijen kunnen elkaar versterken, maar ze brengen ook verschillende belangen, middelen en tijdshorizonten met zich mee. En precies daar krijgt De Jaegers uitspraak over de boer als ‘grootste beslissingsnemer’ een tweede laag. Een landbouwer beslist wat er op zijn grond gebeurt, maar doet dat binnen economische en politieke voorwaarden die ook door anderen worden bepaald.

Een boom dwingt tot verder kijken dan de volgende oogst. Wie hem vandaag plant, moet jaren kunnen wachten. En wie een landschap wil veranderen, kijkt nog verder vooruit.

Eat More Trees is de komende weken nog te zien in verschillende bioscopen en culturele centra.

Word proMO*

MO* heeft geen betaalmuur en is er voor iederéén. Dat kan alleen dankzij de steun van proMO*s, want diepgravende journalistiek kost tijd en geld.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in