‘Wereld is nog altijd even slecht voorbereid op pandemie’

Nieuws

Uitbraak ebola

‘Wereld is nog altijd even slecht voorbereid op pandemie’

Twee vermoedelijke verplegers staan achter een tafel met beschermende pakken inclusief masker. Achter en naast hen mensen die gehumd zijn in zulke pakken

Verplegers krijgen beschermende kledij in Beni, DRC, tijdens een ebola-uitbraak in 2019.

Twee vermoedelijke verplegers staan achter een tafel met beschermende pakken inclusief masker. Achter en naast hen mensen die gehumd zijn in zulke pakken

Verplegers krijgen beschermende kledij in Beni, DRC, tijdens een ebola-uitbraak in 2019.

Tien jaar na de uit de hand gelopen ebola-epidemie en zes jaar na covid is de wereld nog steeds niet beter voorbereid op een nieuwe pandemie, zegt een internationaal onderzoekspanel. De waarschuwing valt samen met een nieuwe ebola-uitbraak in Afrika.

De expertengroep Global Preparedness Monitoring Board (GPMB) is in 2016 opgericht om de paraatheid van de internationale gemeenschap te verbeteren. Maar geruststellend is het eindrapport van het panel niet: infectieziekten komen vaker voor, richten meer schade aan en hebben grotere gevolgen voor de economie, de politiek en de samenleving.

Er is wel geïnvesteerd in de paraatheid, zegt de GPMB, en bepaalde aspecten zijn verbeterd. Maar niet voldoende om het snel toenemende risico bij te benen, onder meer door de geopolitieke fragmentatie, ecologische verstoring en de toename van wereldwijd reisverkeer. Daar komt nog bij dat de ontwikkelingshulp daalt tot niveaus die sinds 2009 niet meer zijn gezien.

In het rapport analyseert het panel tien jaar aan ‘gezondheidscrises met internationaal belang’: van ebola in West-Afrika tot covid-19 en mpox, inclusief de impact ervan op gezondheidszorgsystemen, economieën en samenlevingen.

Destabiliserend

Daaruit blijkt dat de wereld er op enkele belangrijke punten op achteruit gaat, met name wat de gelijke toegang tot diagnostiek, vaccins en behandeling betreft. Vaccins tegen mpox bijvoorbeeld hebben de lage-inkomenslanden pas bijna twee jaar na het begin van de uitbraak bereikt – nog trager dan de covid-vaccins, die ruim anderhalf jaar op zich lieten wachten.

De gevolgen daarvan blijven niet beperkt tot enkel de gezondheidszorg of de economie, waarschuwt het panel. Zowel ebola als covid-19 hebben ook het vertrouwen in de overheid, de wetenschap en de burgerlijke vrijheden aangetast. Daardoor zijn samenlevingen nog minder weerbaar tegen de volgende noodsituatie.

Daar komt nog bij dat de wereld nu meer verdeeld is dan tien jaar geleden, en dat veel landen met een hogere schuldenlast kampen en dus minder goed voorbereid zijn op een nieuwe pandemie.

Artificiële intelligentie (AI) en digitale technologieën kunnen de paraatheid wel verbeteren. Maar effectief bestuur en de juiste waarborgen zijn essentieel, benadrukt de commissie, om te vermijden dat de toegangskloof die covid-19 kenmerkte, zou kunnen vergroten.

Vertrouwen en gelijkheid

‘De wereld heeft geen gebrek aan oplossingen’, zegt Kolinda Grabar-Kitarović, covoorzitter van de commissie. ‘Maar zonder vertrouwen en gelijkheid zullen die oplossingen de mensen niet bereiken die ze het hardst nodig hebben. Politieke leiders, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld kunnen de koers van de wereldwijde paraatheid nog steeds veranderen – als ze hun toezeggingen omzetten in meetbare vooruitgang, voordat de volgende crisis toeslaat.’

Grabar-Kitarović en zijn collega’s zien drie concrete prioriteiten om het tij te keren, te beginnen met een permanent, onafhankelijk monitoringsmechanisme om pandemische risico's te volgen. Daarnaast moet het pandemie-verdrag gesloten worden, dat gelijke toegang tot levensreddende vaccins, tests en behandelingen mogelijk maakt. En tot slot is er geld nodig om dat allemaal mogelijk te maken wanneer het erop aankomt.

‘Als het vertrouwen en de samenwerking blijven afnemen, zal elk land kwetsbaarder zijn wanneer de volgende pandemie toeslaat’, zegt Joy Phumaphi, covoorzitter van de GPMB. ‘Voorbereiding is niet alleen een technische uitdaging, maar ook een test van politiek leiderschap.’