‘Van Rana Plaza tot hittestress: hoeveel doden zijn nog nodig?’

Jaklien Broekx en Hannelore Hillesum

24 april 2026
Opinie

‘Van Rana Plaza tot hittestress: hoeveel doden zijn nog nodig?’

WSM
WSM

24 april 2013. 1138 doden. De instorting van Rana Plaza in Bangladesh staat in het collectieve geheugen gegrift als hét symbool van de dodelijke gevolgen van de goedkope kledingindustrie. Internationale kledingmerken, retailers en vakbonden verbonden zich via het Internationaal Akkoord rond veiligheid en gezondheid in Bangladesh tot één belofte: dit nooit meer. Maar dertien jaar later dringt zich volgens Jaklien Broekx en Hannelore Hillesum een ongemakkelijke vraag op: wat als het gevaar vandaag niet langer alleen van instortende gebouwen komt, maar ook van stijgende temperaturen?

‘Het gaat niet om een trage evolutie naar een warmere wereld. Het gaat om extreme hittepieken. Het wordt steeds warmer, steeds sneller. We leven in een nieuw klimaat en we keren niet terug’, schrijft Jeff Goodell in The Heat Will Kill You First. Die vaststelling is geen abstracte klimaattheorie. Voor honderdduizenden kledingarbeidsters in Azië, Latijns-Amerika en Afrika is het dagelijkse realiteit. Ook werknemers in Europese productielanden zoals Italië, Servië, Tsjechië en Turkije kreunen onder extreme hitte.

Oververhitte lichamen

In slecht geventileerde productiehallen, onder golfplaten daken die de hitte vasthouden, lopen temperaturen steeds vaker op tot gevaarlijke niveaus. Werkdagen blijven even lang. Productiedoelstellingen blijven ongewijzigd. Synthetische uniformen blijven verplicht. Pauzes en drinkwatervoorziening blijven schaars. De sweatshops zijn letterlijk terug van nooit weggeweest.

De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) waarschuwt dat hitte vandaag een van de gevaarlijkste en snelst groeiende gezondheidsrisico’s op de werkvloer is. Meer dan 2,4 miljard werknemers worden al blootgesteld aan hittestress — omstandigheden waarin het lichaam letterlijk oververhit raakt en schade oploopt.

Nergens wordt dat zo pijnlijk zichtbaar als in de kledingindustrie. Volgens onderzoek van Jason Judd zal Dhaka, het kloppende hart van de wereldwijde kledingproductie, tegen 2030 meer dan 64 dagen per jaar onveilig heet zijn, meer dan 30° C. Dat is geen verre toekomst, maar een tikkende tijdbom. En zoals zo vaak treft deze crisis vooral vrouwen. Zij vormen de meerderheid van de arbeidskrachten in de sector, en betalen de hoogste prijs voor een systeem dat draait op snelle en goedkope productie.

De getuigenissen die de Schone Kleren Campagne (SKC) verzamelde, laten weinig aan de verbeelding over. ‘Mijn menstruatie is al jaren weg. De dokter zegt dat het komt door de extreme hitte en onze gezondheidstoestand’, vertelde een kledingarbeidster uit India.

Recent onderzoek in Indiase kledingfabrieken wijst uit dat meer dan 92% van de vrouwelijke arbeiders door extreme hitte last heeft van verstoringen in hun menstruatie, naast uitdroging en andere klachten. Ook dichter bij huis vallen er slachtoffers. Een getuigenis uit Servië: ‘Een arbeidster voelde zich onwel door de hitte en probeerde haar 100% synthetische schort uit te doen. De supervisor schreeuwde haar toe dat ze hem weer moest aantrekken. Ze keerde huilend terug naar haar werkpost. De volgende dag kreeg ze een hartaanval en werd ze opgenomen in het ziekenhuis.’

Too hot to work

Klimaatbeleid wordt te vaak voorgesteld als een technologische of ecologische uitdaging. Maar technologie zal ons niet redden. Voor arbeiders in de kledingindustrie is het in de eerste plaats een kwestie van overleven. Zij bevinden zich onderaan de mondiale waardeketens, in landen die het minst hebben bijgedragen aan de klimaatcrisis en toch het zwaarst getroffen worden. Voor miljoenen kledingarbeiders in landen zoals Bangladesh, Cambodia, Indonesië, Italië, Turkije en Servië betekent de klimaatcrisis vandaag al werken in extreme hitte, overstromingen en steeds onveiligere omstandigheden.

Hoeveel hittegolven hebben we nog nodig voor we echt luisteren?

Een rechtvaardige transitie betekent dat de kosten van klimaatverandering en klimaatbeleid niet worden afgewenteld op wie het minst verantwoordelijk is. De Bengaalse vakbondsleidster Kalpona Akter zegt het zo: ‘Het probleem is van politieke aard. Het is een kwestie van macht: wie gaat er betalen? Op dit moment zijn het de werknemers die het met hun gezondheid betalen. In plaats daarvan zouden de modemerken en hun fabrikanten, overheden en investeerders de kosten voor de airconditioning van ateliers en gebouwen moeten delen via bindende overeenkomsten zoals het Internationale Akkoord, dat modemerken en fabrikanten verplicht om veiligheids- en gezondheidsnormen in Bangladesh en Pakistan na te leven.’

En cruciaal. Het betekent ook dat werknemers mee aan tafel zitten wanneer maatregelen worden uitgewerkt. Dat zorgplicht niet alleen gaat over audits op papier, maar over concrete bescherming op de werkvloer. Net zoals gebouwveiligheid, is extreme hitte een inbraak op de veiligheid en gezondheid van werknemers. Het Internationaal Akkoord voegde - op aanbeveling van de Clean Clothes Campaign - ook extreme hitte als een veiligheidskwestie toe in het Akkoord. Maar de klachten worden slechts geval per geval behandeld, via het klachtenmechanisme. Het moet systematischer worden aangepakt, vanaf de fabrieksinspecties tot en met het invoeren van corrigerende maatregelen.

Oplossingen zijn geen sciencefiction

Dat bescherming mogelijk is, benadrukt ook Sarah Krasley, onderzoekster gespecialiseerd in technologische innovaties in de industrie. Er bestaan al relatief goedkope en eenvoudige maatregelen: watergordijnen om productiehallen af te koelen, mobiele ventilatoren, toegang tot ijs en gekoeld drinkwater. Maar haar belangrijkste punt is nog voor de hand liggender: stel duidelijke hittedrempels vast en bespreek ze met werknemers en vakbonden. Maak vooraf afspraken over wanneer werk wordt vertraagd of stilgelegd. Transparantie en dialoog kosten minder dan ziekenhuisopnames. Het probleem is niet dat oplossingen ontbreken, maar dat ze niet verplicht zijn.

Hitte is geen natuurramp, maar een beleidskeuze

Internationale modemerken en retailers uit het Globale Noorden blijven produceren in landen waar arbeidsinspectie zwak is en sociale bescherming beperkt. Kostenminimalisatie blijft het leidend principe. Elke investering in ventilatie of aangepaste werkuren wordt afgewogen tegen winstmarges. Veel Bengaalse kledingproducenten ontsnappen aan inspecties, ondanks het Internationaal Akkoord. Bruno Deceukelier van de ngo WSM bezocht zo de fabriek Seha in Dhaka: ‘Terwijl 380 vrouwen zwetend ploeteren aan schooluniformen en winterse vesten voor de westerse markt, nodigt de fabrieksmanager mij uit in zijn airconditioned bureau, met een frisse cola. Hij is opvallend openhartig: “Als we een inspectie zouden krijgen zoals onder het Akkoord, dan zou deze fabriek onmiddellijk moeten sluiten. Zonder twijfel. Maar we vallen enkel onder de controles van onze Bengaalse werkgeversvereniging, de BGMAE, en die kijkt gewoon weg.”’

Daar wringt de schoen. Daarom dat ‘extreme hitte’ een integraal onderdeel moet zijn van arbeidsinspecties, van het Internationaal Akkoord en bij uitbreiding van een bindende zorgplichtwetgeving. Punt.

Onzichtbare killer

De klimaatcrisis speelt zich niet alleen af op smeltende ijskappen of in brandende bossen. Ze voltrekt zich ook in naaizalen waar vrouwen blijven werken terwijl de hitte stijgt. Deze extreme hitte haalt zelden de voorpagina. Geen instortend gebouw, geen moment waarop de wereld stilvalt, zoals gebeurde op 24 april 2013. De hitte-slachtoffers blijven verspreid en grotendeels onzichtbaar: mensen die een hartaanval krijgen of flauwvallen achter hun naaimachine, lichamen die bezwijken onder ondraaglijke hitte. Hoeveel hittegolven hebben we nog nodig voor we echt luisteren?

Hannelore Hillesum is coördinator van de Schone Kleren Campagne. Jaklien Broekx is persverantwoordelijke bij de ngo WSM.

De Schone Kleren Campagne (SKC) is een coalitie van vakbonden, ngo's en consumentenorganisaties: WSM, ABVV, ACV, FOS, ACV Puls, BBTK, ACV-CSC Metea, ABVV Algemene Centrale, Test Aankoop en De Transformisten. SKC maakt deel uit van het internationale Schone Kleren Campagne-netwerk (Clean Clothes Campaign), dat 18 coalities in Europa en meer dan 200 partners wereldwijd telt. SKC werkt nauw samen met haar Franstalige tegenhanger achACT.

De meningen en standpunten in deze opiniebijdrage zijn die van de auteurs en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs die van de MO*redactie.